Jacolina stamde uit Romeinse adel. Zij was bevriend met Franciscus van Assisi(† 1226; feest 4 oktober). Herhaaldelijk ging hij bij haar langs. Zij luisterde graag naar hem en had er plezier in lekkere dingen voor hem klaar te maken.
Toen Franciscus stervende was en voelde dat zijn einde naderde, gaf hij één van zijn broeders opdracht Vrouwe Jacoba te gaan waarschuwen. Dan konden zij nog afscheid nemen van elkaar. En of ze dan niet wilde vergeten nog één keer van die lekkere koekjes voor hem te bakken. Maar de broeder had nauwelijks de stadspoort van Assisi achter zich gelaten, of daar zag hij in de verte Vrouwe Jacoba al aankomen, en naar gauw bleek, mét haar koekjes. Zij had zelf al gevoeld dat Broeder Franciscus snel achteruit ging.
Maar toen zij voor de poort van het kloostertje verscheen waar Franciscus werd verpleegd, kon broeder portier haar niet binnenlaten; een vrouw mocht niet in het slot. In verlegenheid ging hij aan Vader Franciscus zeggen dat Zuster Jacoba buiten voor de poort stond, maar dat hij haar niet kon binnenlaten vanwege het slot. Na enig nadenken zou Franciscus toen geantwoord hebben: "Nee, dat is zo, Vróuwe Jacoba mag niet in het slot. Maar Bróeder Jacoba natuurlijk wel. Ga nog eens kijken om te zien of het niet Broeder Jacoba is die van mij afscheid komt nemen." Stralend om deze simpele oplossing liet broeder portier Broeder Jacoba bij de stervende Franciscus. De meegebrachte koekjes kon zijn maag op dat moment al niet meer verdragen...
Na Franciscus' dood ging Jacolina dichtbij Assisi wonen, vlakbij diens graf. Zij leidde er een leven gebed en boetvaardigheid. Ze werd begraven in de Franciscuskerk te Assisi. Op de dekplaat van haar sarcofaag staat gebeiteld: 'Hier rust Jacoba, een heilige vrouw van adel uit Rome'.
Afgebeeld
Daarboven is een wandschildering van haar aangebracht die door de verering van de pelgrims veel geleden heeft. Zij is te zien in zwart gewaad op weg naar de stervende Franciscus; een engel gaat haar voor.