Heiligen.net

Jezuïetenwandeling door Delft

Uitgezet door Dries van den Akker s.j. in 2012 — 17 stops langs vier eeuwen jezuïetengeschiedenis. Klik op een marker voor de plek, of scrol langs de stops.

De aanwezigheid van jezuïeten in Delft verdeelt zich over twee periodes. Eerst woonden ze er van 1592 tot 1708. Op 31 december 1708 moesten zij op last van de Staten Generaal Holland verlaten. Van hun aanwezigheid is nagenoeg geen enkel zichtbaar spoor bewaard gebleven. In 1948 keerden ze, op verzoek van de plaatselijke katholieken, terug om er een college te stichten, het Stanislascollege.
De jezuïeten verlieten het Stanislashuis in 2018.

In 1592 kwamen de eerste jezuïeten naar Delft; bijna twintig jaar nadat de stad was overgegaan op de Calvinistische leer, en het officieel verboden was een andere godsdienst te belijden. De voormalige pastoor van de Oude Kerk had in Rome om jezuïeten-missionarissen gevraagd. Er kwamen er drie: de paters Cornelis Duyst, Willem de Leeuw en Georgius Verburch.

Duyst en Verburch waren oorspronkelijk afkomstig uit Delft. Verburch is in onze streken actief tot 1597. In een visitatierapport van 1594 wordt hij omschreven als middelmatig predikant, bangelijk en snel in de put, waar hij niet makkelijk uit is te halen. In 1599 sterft hij te Grave als legeraalmoezenier, 40 jaar oud.

1a

Begijnhof

1a Begijnhof
Pater Duyst vestigde zich op het Bagijnhof bij zijn zus die er een huisje had. Het was van onder het poortje aan het Oude Delft uit gezien het derde huis achteraan links vóór de poort naar de stadswal, enkele huizen verder dan de huidige Oud-Katholieke Kerk: deze was destijds nog de schuilkerk van de pastoor van de Nieuwe Kerk.
Het Bagijnhof was een katholieke enclave in het Calvinistisch bestuurde Delft. Bij het uitbreken van de Reformatie was Delft veertien kloosters en conventen rijk. Toen de stad in 1573 overging naar de nieuwe leer, werden de kloosterlingen teruggebracht tot de wereldse staat. De gebouwen kregen een andere bestemming. Zo werd het Sint-Agathaklooster aan de Oude Delft residentie van prins Willem van Oranje (‘Prinsenhof’). De begijnen bleven op het Bagijnhof wonen. Hoewel zij geen religieuze gemeenschap meer mochten vormen, bezaten zij de huisjes in eigendom.

wandeling


Fragment van de zogeheten ‘Kaart Figuratief’ van Delft uit 1678.
Op de voorgrond het water van de Westvest. Op de plek van de molen staat tegenwoordig Molen De Roos. Tegenover de ‘Bagynepoort’ ligt de poort naar het ‘Bagynhof’. Het derde huisje (met tuintje) rechts achter de poort is vermoedelijk het huis van pater Duysts zus.

wandeling


Een tekening van het Bagijnhof, begin 18e eeuw.
Het huisje van Duysts zuster lag achteraan links.

wandeling


Situatie ter plaatse in 2012.
Het huisje stond vermoedelijk op de plek van huis nr.5

1b

Oude Delft/Oost

1b Oude Delft/Oost
Pater De Leeuw nam zijn intrek in Brouwerij ‘De Cop’, destijds gelegen tussen de Haagpoort en de kerk, ‘synde de Oostsyde van d’Oude Delft’, aldus Van Bleiswyck in zijn Beschrijving van de Stad Delft (1667). De Leeuw richtte er een clandestiene kerkzolder in. Vervolgens vertrok hij naar elders. Maar in 1598 kwam hij terug om te helpen. Hij preekte en zong zo enthousiast dat de oren van de toehoorders er van tuitten, aldus het visitatieverslag. Bovendien was men bezorgd dat men het buiten horen kon! Maar hij liet zich moeilijk gezeggen.
Rond 1600 echter schrijft zuster Maria de Haes in het vrouwenconvent De Hoek te Haarlem dat haar vader brouwer was in brouwerij De Cop in Delft. Daar kwam zo nu en dan de jezuïetenpater De Leeuw logeren. Hem hoorde zij eens zingen ‘Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto…’ (‘eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’), met zo’n lieflijke stem en met zoveel innige devotie dat zij er in het hart door werd geraakt. In haar gebed vroeg zij dienares van God te mogen worden. De ‘soeticheit van de sang lach haer altoos in haer sin, waer sy ginck of stondt’.
Uiteindelijk wordt pater De Leeuw overgeplaatst naar Utrecht, waar hij in 1612 op 53-jarige leeftijd sterft.

wandeling


Lag de brouwerij tussen de Kolk en de Oude Kerk?

wandeling


Of tussen de Haagpoort en de Kolk?
Op de Kaart Figuratief is de aanwezigheid van een brouwerij herhaaldelijk herkenbaar aan een zogeheten ‘wip’, een hijskraantje. Geen wip aan de oostzijde tussen de Haagpoort en de Oude Kerk. Wellicht bestond de brouwerij in 1678 al niet meer?

wandeling


Situatie in 2011. Links de oostzijde, rechts de westzijde.

2

Noordeinde nummers 17/19

2 Noordeinde nummers 17/19
In 1611 kwam pater Lodewijk Makeblijde naar Delft. Hij ging wonen bij Catharina van der Wiel in brouwerij ‘De Passer’ aan het Noordeinde; daar staan tegenwoordig de panden 17 en 19. Ook daar werd op zolder geregeld clandestien de mis gelezen.

De brouwerij lag aan de westzijde, vermoedelijk waar rechts op de Kaart Figuratief een ‘wip’ is getekend.

wandeling


Situatie in 2012.

3

Oude Kerk

3 Oude Kerk
Eén jaar later stierf Pater Duyst op 58-jarige leeftijd. Hij was de laatste tien jaar herhaaldelijk ziek geweest. Hij preekte nog meer met zijn heldhaftige houding, dan met zijn woorden, aldus de jaarbrieven. Hij stierf in geur van heiligheid en werd begraven in de Oude Kerk, in het voormalige priestergraf, gelegen in de noordarm. Tegenwoordig ligt daar een grote gedenksteen voor de schilder Jan Vermeer.

wandeling


Noordarm in 2012

wandeling


Noordarm van de Oude Kerk op een afbeelding uit de 18e eeuw.
Begin 16e eeuw waren de gebroeders Keldermans, bouwers van o.a. de Onze Lieve Vrouwe in Antwerpen en van de Sint-Jan in Den Bosch, begonnen de bakstenen bouw van de Oude Kerk te vervangen door flamboyante nieuwbouw in natuursteen. Die vergroting is beperkt gebleven tot de noordarm, het koor en het toegangsportaal.

Op de plek van het voormalige priestergraf ligt nu een gedenkplat van Johannes Vermeer.

Het is zeker dat de beroemde schilder in de Oude Kerk werd begraven. Maar op welke plek, weet men niet.

4

Oude Langendijk

Oude Langendijk
De achterzijde van de Maria-van-Jessekerk staat op de plek waar pater Makeblijde sinds ca 1620 over drie naast elkaar gelegen panden beschikte. Het meest rechtse dubbele pand diende als woonhuis, in het linkse richtte hij een schooltje plus internaat voor katholieke meisjes in. In het tussenliggende pand woonde de hoofdonderwijzeres van de school. Over de gezamenlijke zolders heen lag de schuilkerk.
Dit stukje van de stad stond bekend als de Papenhoek, omdat de huiseigenaren bekende katholieken waren. Vanaf 1621 kreeg Makeblijde er een pater bij, Roeland de Pottere. Hij zou er tot 1662 verblijven.
In het buurhuis op de hoek met de Molenpoort - nog juist half zichtbaar - woonde en werkte vanaf 1653 tot aan zijn dood in 1672 de schilder Jan Vermeer. Zijn jongste zoon noemde hij Ignatius…

wandeling


Portretschilderij van pater Roeland de Pottere door Hanneman(? † 1671),
vermoedelijk geschilderd vlak vóór - naar aanleiding van? - zijn vertrek naar Brugge,
ca 1661, tegenwoordig in Rijksmuseum Twente te Enschede.

wandeling


In de eerste helft van de 18e maakte Radermaker een tekening van de schuilkerk.

wandeling


Interieur van de schuilkerk uit 1744.
Hoewel de jezuïeten al vijfendertig jaar weg zijn, staat het blijkens het onderschrift nog altijd bekend als ‘de kerk der Jesuiten’. Als patroonheilige van de statie kozen de jezuïeten Sint Jozef. Waarschijnlijk om twee redenen. Ten eerste lag de kerk recht tegenover de zij wand van de Nieuwe Kerk, die de jezuïeten - niet ten onrechte - steeds aanduiden met de Onze-Lieve-Vrouwekerk: wat is er zinvoller dan vlak naast de kerk van Maria Sint Jozef te plaatsen? Bovendien moesten de jezuïeten in het verborgene te werk gaan. Welnu, is Sint Jozef niet de patroon van Jezus’ verborgen leven?

wandeling


Situatie in 2011.
Het koor van de tegenwoordige Maria van Jessekerk ligt op de plek van de voormalige schuilkerk. Waar vroeger het woonhuis stond van Vermeer(s schoonmoeder) bevindt zich thans de pastorie.

5a

Brabantse Turfmarkt nummer 88

5a Brabantse Turfmarkt nummer 88

Een pand waar pater Makeblijde destijds een meisjesschooltje had ingericht, hier zonder internaat.

Het meest noordelijke stuk van de huidige Brabantse Turfmarkt (rechts onder op de afbeelding) heette in de 17e eeuw blijkbaar Ponte Marckt (naar de platbodems, ‘ponten’ die de turf uit Brabant aanvoerden). Het derde geveltje van de hoek, met zijn grappige topgevel, moet wel het voormalige schooltje zijn, het huidige nummer 88.

wandeling


Brabantse Turfmarkt nummer 88 in 2012: het huis met het witte klokgeveltje.
Let op de torens van de Maria van Jessekerk op de achtergrond; zij is de opvolger van de jezuïetenschuilkerk uit de 17e eeuw.

5b

Congregatiehof

5b Congregatiehof
Nog een pand waar pater Makeblijde destijds een meisjesschooltje had ingericht, hier zonder internaat.

In één van de huisjes aan de Brabantse Turfmarkt (rechts van het bruggetje naar de Pontemarkt) was nog een schooltje gevestigd. Wellicht in het tweede, derde of vierde huisje van de hoek met de Molslaan?

wandeling


Op die plek stond tot de jaren ’70 van de 20e eeuw het Congregatiebouw.
In 2010 vond men er de bejaardenwoningen van de Congregatiehof.

6

Koornmarkt nummer 1

6 Koornmarkt nummer 1
Woonhuis van de katholieke familie Van der Dussen. Op zolder werd daar door Pater de Pottere geregeld clandestien de Mis gelezen.

wandeling


Het woonhuis op de Kaart Figuratief uit 1678.

wandeling


Situatie in 2012

7

Hoek Buitenwatersloot / Coenderstraat

7 Hoek Buitenwatersloot / Coenderstraat
Hetzelfde geldt voor het huis gelegen op de hoek van de Buitenwatersloot en de Coenderstraat, gelegen juist buiten de imposante Waterslootse Poort. Daar woonde de lakenkoopman Willem Aeriens; pas later in de 17e eeuw kreeg het zijn huidige naam De Bolk.
Eens werd pater De Pottere er betrapt door de schout, en kon ontsnappen door vlug een voorschoot aan te trekken, een baal laken op zijn schouders te nemen en ermee het pand uit te lopen.

wandeling


Het huis op de kaart uit 1678.
Op de hoek van de Buitenwatersloot en de Coenderstraat, waar geschreven staat ‘Maassluise Veer’.
De huizen boven de Coenderstraat moesten in de 19e eeuw plaats maken voor de trein.

wandeling


Situatie in 2012.

8

Scheepmakerij

8 Scheepmakerij
De meest rechtse Poort op Vermeers ‘Gezicht op Delft’ is de Rotterdamse Poort. Rechts daarvan, juist niet meer zichtbaar op zijn schilderij, lag de Scheepmakerij. Ook daar kwamen de katholieken soms in het geniep bij elkaar.

wandeling


‘Gezicht op Delft’ (ca 1660) van Vermeer.

Kaart Figuratief 1678: op de zolder van één van de panden aan ‘de Scheepstimmerwerven’ werd clandestien Mis gelezen.

wandeling


Situatie in 2012.

9

Markt, Stadhuis

9 Markt, Stadhuis
Zetel van de schout die het de paters de eerste twintig à dertig jaar van hun aanwezigheid behoorlijk moeilijk maakte. Herhaaldelijk wist een van de paters maar ternauwernood te ontsnappen aan een onverwachte inval, als hij juist de Mis opdroeg.
Dat was nog in de tijd van het oude stadhuis, dat in 1618 met uitzondering van de centrale toren volledig afbrandde. In 1620 werd het herbouwd door Hendrik de Keyzer. Dat moeten de paters van nabij hebben meegemaakt, maar hun bewaard gebleven geschriften zeggen er niets over.
Vanaf halverwege de jaren twintig van de 17e eeuw begon de Calvinistische overheid de aanwezigheid van de paters te gedogen, in ruil voor ‘recognitiegelden’; die lieten ze door tussenpersonen op het Stadhuis afdragen: zeshonderd rijnguldens per jaar. Dat moet een enorm bedrag geweest zijn. Het werd opgebracht door de vooraanstaande katholieken die de aanwezigheid van de jezuïeten op hoge prijs stelden.

wandeling


Stadhuis vóór de brand van 1618 op de kaart van Hogenberg uit 1581.
Zo hebben de paters Duyst en Makeblijde het nog gekend.
Op de voorgrond de Nieuwe Kerk. Rechts boven - op de hoek van het Oude Delft en de Nieuwstraat - de kapel van de Heilige-Geeszusters, thans Hippolytuskapel

wandeling


Stadhuis op de Kaart Figuratief 1678.

wandeling


Stadhuis in 2012.

10

Paardenmarkt

10 Paardenmarkt
Op 12 oktober 1654 rond half elf in de ochtend ontplofte het Kruithuis, gevestigd in het voormalige Claraklooster aan de noordoosthoek van de stad. Volgens eigentijdse bronnen zou de klap tot op Texel te horen zijn geweest… Zeker is dat in een cirkel van drie kilometer dodelijke slachtoffers vielen. Men schat het aantal doden op meer dan driehonderd. De woonwijk werd volkomen weggevaagd en nooit meer herbouwd: de huidige Paardenmarkt. Geen bouwwerk in de stad kwam er ongeschonden van af.
Een dominee, Witt geheten, preekte dat het de schuld was van de jezuïeten. Niet dat zij de lont in het kruid hadden gestoken, maar hun aanwezigheid was God onderhand een doorn in het oog, en op deze manier maakte Hij dat duidelijk aan de veel te lakse Calvinistische stadsraad: “De afgoderij, zo ergens, is hier openbaar en ontdekt voor ieders ogen. Waar is er in enige stad zo een Bagijnhof als hier, een kweekschool der afgoderij, een voedster der superstitiën, een vergaderplaats onzer vijanden, een vijandin van onze staat en van de kerk van Christus?”
Op het Bagijnhof was nog steeds de schuilkerk van de wereldheren gevestigd. “Of is afgoderij geen afgoderij meer? Waar is zo een jezuïetenschool, nevens Godshuis overstaande, een rechte Dagon tegenover de Ark, waarover Gods ijver als een vuur zou moeten branden, als even hier? Of zijn ze onze vrienden geworden en moet de school der licentie in vrede voor hen openstaan?”
Dat de schuilkerk en het aanpalende meisjesinternaat gevestigd was recht tegenover de zuidwand van de Nieuwe Kerk vergelijkt de dominee met het feit dat de heidense Filistijnen de buitgemaakte Ark van het Verbond in de tempel van de afgod Dagon hadden opgesteld (1 Samuël 05,01-07).
De preek werd in druk gegeven; de dominee had een rijmdicht toegevoegd, waarin hij suggereerde dat de magistraten de recognitiegelden uit hebzucht en eigenbaat inden. Dat was zelfs de Calvinistische overheid te bar. Het boekje werd verboden. Een jaar later verdween dominee Witt naar Leiden.

wandeling


Zo tekende Hogenberg op zijn kaart uit 1581 het Sint Claraklooster in; negen jaar nadat de stad was overgegaan in Calvinistische handen en de kloosters waren ontruimd. Links de ramen waarop lakens te drogen werden gehangen.
Linksboven de Doelenstraat, links daarvan de oefenbaan voor de schutterij.
De latere Paardenmarkt is hier nog - een kleine honderd jaar vóór de ramp - kloostertuin.

Kaart Figuratief 1678: Paardenmarkt met boven links artilleriemagazijn op de plek waar voorheen het Kruitmagazijn was ondergebracht.

wandeling


Paardenmarkt: huidige situatie garnizoen (2012).

11

Nieuwe Kerk

11 Nieuwe Kerk
In de zeventiende eeuw hebben er alles bijeen minstens veertig jezuïeten dienst gedaan in de Papenhoek. Vier ervan werden bijgezet in een graf van een bevriende familie in de Nieuwe Kerk, op enkele passen afstand van Willem van Oranje. Pater Makeblijde werd begraven in Voorschoten (1630), De Pottere in Brugge (1675).
De enige van wie nog een spoor is terug te vinden is Pater Frans Verbiest. Aerts vermeldt in zijn Kroniek van de Delftse Statie: ‘Op 21 september stierf Franciscus Verbiest en werd begraven in de OLV-kerk niet ver van het mausoleum van de prins van Oranje in de grafkelder van juffrouw Van der Let; op haar eigen aanbod had zij alle zorg voor de begrafenis op zich genomen.’
De dekplaat bestaat nog; daarop staat vermeldt ‘PVB obyt den 20 september 1700.’ Merk op dat pater Aerts de Nieuwe Kerk aanduidt met Onze-Lieve-Vrouwekerk. Op zich volkomen juist, hoewel ze meer bekend stond onder de naam van haar tweede patroon: Sint-Ursula.
Een vertaling van de kroniek van pater Aerts is te vinden in het menologium Cornelis Duyst. Drie artikeltjes voor het toenmalige contactblad van de Nederlandse jezuïeten (onder de titel ‘’Is er nog iets te vinden van de eerste Delftse jezuïeten?’) zijn bij Cornelis Duyst te vinden als de aanhangsels 'Historie Delftse Jezuïeten 1, 2 en 3'.

wandeling


Nieuwe kerk op de kaart van Hogenberg (1581).
Hogenberg tekent de toren nog met haar oorspronkelijke spits in de vorm van een appel (verwijzing naar de zondeval, vergelijk de nog altijd bestaande spits van Breda!). Deze spits was 45 jaar tevoren verloren gegaan bij de grote stadsbrand van 1536. Ze was intussen vervangen door een stompe spits (zie Kaart Figuratief 1678).
Deze werd in 1872 getroffen door blikseminslag, en vervangen door de huidige, veel spitser toelopende en hogere bekroning.
De ingetekende huisjes op de Markt berusten veeleer op fantasie. Zij stonden met hun voorgevel niet naar de toeschouwer, maar gericht naar de Markt. Datzelfde gold voor de huisjes op de grachten die op de tekening van boven naar beneden lopen.
Links van het dak van het koor lijkt een doorgang met bruggetje te lopen naar de Oude Langendijk.. Recht tegenover dat bruggetje zouden we met enige goede wil de Molenpoort kunnen onderscheiden. Als die situatie al juist is weergegeven, dan hebben zo’n kleine veertig jaar later de paters dáár ‘onder’ de Molenpoort aan de Oude Langendijk een drietal huisjes verworven. Daar zou de schuilkerk komen, recht tegenover de zijwand van de ‘Onze-Lieve-Vrouwekerk’.

wandeling


Nieuwe kerk, Kaart Figuratief, 1678.

wandeling


Nieuwe Kerk, situatie vanaf de Markt (2009).

wandeling


Nieuwe Kerk, situatie vanaf de Oude Langendijk (2012).

wandeling


Nieuwe Kerk, grafplaat waarop de tekst ‘PVB obyt den 20 september 1700’.

12

Hertog Govertkade nummer 12

12 Hertog Govertkade nummer 12
In 1948 keerden de jezuïeten terug om er een college te beginnen. Aanvankelijk vonden zij woonruimte in het pand op de hoek van de Hertog Govertkade. Op enkele passen afstand van de Scheepmakerij, waar hun medebroeders in de 17e eeuw clandestien de Mis lazen!

Voordeur van Hertog Govertkade nummer 12 in de tijd dat de eerste paters daar een voorlopig onderkomen hadden.

Hertog Govertkade nummer 12 in 2011; iets verderop links de hoek om loopt de Scheepmakerij.

13

Koornmarkt nummer 41

13 Koornmarkt nummer 41
Het Stanislascollege had hier haar eerste klaslokalen.

wandeling


Koornmarkt nummer 41 in de beginjaren van het college.
Op de stoep Pater Westermann, stichter en eerste rector van het college, met enkele leerlingen.

wandeling


Koornmarkt nummer 41 in 2012.

14

Westplantsoen 71/73

14 Westplantsoen 71/73
In 1956 werd het nieuwe college betrokken aan de rand van het Wilhelminapark. De architecten hadden een besloten hof voor ogen: schoolgebouw met hoge dubbele voorpui, iets lager jezuïetenhuis, laagbouw voor een bibliotheek (ook ten dienste van de geestelijken in de stad) en kapel, afgesloten door een tuin, die echter van het begin af gediend heeft als fietsenstalling. Links achter in de sfeervolle collegekapel is een zijkapel gewijd aan de nagedachtenis van Nico-Kluiters, die in 1985 in Libanon een gewelddadige stierf en door de plaatselijke gelovigen als martelaar wordt vereerd.

wandeling


Plek waar toekomstige Stanislascollege was gepland: langs het Westplantsoen.

Toekomstige Stanislascollege als maquette, gezien van noordwest naar zuidoost.
Helemaal links: de kapel; daartegenover het patershuis; opzij daarvan de twee parallel lopende vleugels van de school, drie verdiepingen hoog.
Daartussen in de overkappingen van de fietsenstalling. Achter fietsenstalling en school was een tuin gepland.
Helemaal rechts de laagbouw van de aula, toelopend naar de gymzaal met de laagbouw van de kleedlokalen, het poortje, en het zogeheten koorlokaal. De witte vlakte daartussenin is speelplaats.

Dezelfde maquette, bijna een halve slag gedraaid (van oost naar west).
Deze positie geeft een beter beeld van de indruk bij de entree.
Langs de kapel (rechtsonder) kom je op een min of meer besloten hof met links de fietsenstalling plus geplande tuin, vervolgens de glazen narthex van het schoolgebouw; er loopt een patio-achtige verbinding naar het patershuis; rechts de laagbouw van de geplande patersbibliotheek.
Achter het schoolgebouw de speelplaats, links de aula, toelopend naar de gymzaal met kleedlokalen, het poortje en het geïsoleerd liggende koorlokaal.

Stanislascollege vanuit de lucht, vlak na de voltooiing in1956, gezien van west naar oost.

wandeling


Inwijding van de eerste steen van de kapel, 1955, door de provinciale overste van de jezuïeten, pater Kolfschoten.
Hij wordt geassisteerd door pater Hoek, links, docent natuurkunde, en amper zichtbaar achter de kettingen pater Daniëls, docent Duits.
Rechts in superplie: pater Pieters, docent klassieke talen.
Op de achtergrond de slungelachtige gestalte van de Heer Schotman, docent Frans.
Op de steen is de tekst zichtbaar:? ‘Ad maiora natus sum’.

wandeling


Eerste steen aan de binnenkant van de kapel: huidige positie (2012).

wandeling


Stanislaskapel, huidige situatie, exterieur, gezien vanuit het patershuis.

wandeling


Stanislaskapel, situatie 2012, interieur.

Sinds kort is er een steentje opzij van de kapel in de muur gemetseld met het IHS-embleem.

Het is afkomstig van een boerderij in de omgeving van Delft, overblijfsel uit de 17e eeuw.

Boeren gaven hiermee aan dat zij de pastorale aanwezigheid van de jezuïeten bijzonder op prijs stelden.

wandeling


De muur met ingemetselde steen.

wandeling


Achter in de Stanislaskapel is een zijkapel ingericht tot Nico-Kluiterskapel.
Rechts: zijn portret; links één van zijn schilderijen.
Daartussen in een icoon van zijn patroonheilige Sint-Nicolaas, nog tijdens zijn leven door hem zelf geschonken aan de Stanislaskapel.
Nog half zichtbaar een Mariabeeldje.

15

C.Fockstraat, hoek Van Zuylen van Nijeveltstraat

15 C.Fockstraat, hoek Van Zuylen van Nijeveltstraat
Geboortehuis van pater Nico Kluiters die in 1985 in Libanon een gewelddadige stierf (hij was geen oud-leerling van het college).

wandeling


Portret Nico Kluiters, weinige jaren voor zijn dood.

wandeling


C.Fockstraat, geboortehuis Nico Kluiters: situatie (2012).
Waar in 2012 een snackbar is gevestigd dreven zijn ouders een melkwinkel.

© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — kaartgegevens © OpenStreetMap-bijdragers