Guénolé van Landevennec
† 532 · Bretagne, Frankrijk · abt & stichter

- Patroon van
- Goede kersenoogstGroeistoornissen bij kinderenKinderen met groeistoornissenMaagkwalenOphouden van regenRijke appeloogstRijpen van de oogstWrattenZeeliedenZeemansvrouwenZenuwpijnen
- Afgebeeld
- Hij wordt afgebeeld met een bel of klok (zoals zovele abten in de Keltische cultuur: meestal goten zij hun klok zelf); soms met een kerk op de schouders.
- Ook bekend als
- Guégnolé, Guengalocus, Guennolé, Guidgaloi, Guigalous, Guignolé, Guignolet, Guingalo, Guingalois, Guinoleus, Gwenaloe, Gwengaloeus, Gwenno, Gwenole, Gwénolé, Teguennoc, Uuingualoe, Vuingaloeus, Wénolé, Winwaleus, Winwaloe, Wonnow, Wynwallow
Guénolé (ook Guégnolé , Guengalocus , Guennolé , Guidgaloi , Guigalous , Guignolé , Guignolet , Guingalo , Guingalois , Guinoleus , Gwenaloe , Gwengaloeus , Gwenno , Gwenole , Gwénolé , Teguennoc , Uuingualoe , Vuingaloeus , Wénolé , Winwaleus , Winwaloe , Wonnow of Wynwallow ) van Landevennec , Bretagne, Frankrijk; abt & stichter; † 532 .
Hij was een zoon van vrouwe Gwen († 6e eeuw; feest 18 oktober) en heer Fragan († ca 500; feest 3 oktober), neef van de legendarische koning van Bretagne Conan Mériadec.
Het echtpaar kreeg vier kinderen die later stuk voor stuk in Bretagne als heiligen zouden worden vereerd: drie zoons, de tweeling Guéthénoc († ca 500; feest 5 november) en Jacut († ca 500; feest 8 februari), en vervolgens Guénolé († 532; feest 3 maart), de latere stichter en patroon van het beroemde Bretonse klooster Landevennec. Volgens zeggen zou de tweeling nog geboren zijn in Brittannië aan de overkant van het Kanaal. Nadat ze waren overgestokebn werd Guénolé nog geboren. Er was tenslotte ook nog een dochter: Clervie († 6e eeuw; 3 oktober).
Het verhaal van Sint Gwen verweeft zich op den duur met oude legendes. Zij wordt afgebeeld met drie borsten om aan haar drie zoons tegelijk te drinken te kunnen geven. Vandaar haar bijnaam Teirbronn of Trimammis, wat resp. in het Bretons en het Latijn betekent 'drie-borsten'. (Ongetwijfeld een symbolische weergave van het feit dat haar drie heilige zoons hun godsdienstige overtuiging van moeder - om zo te zeggen - met de paplepel ingegeven kregen. Over een aparte behandeling van de dochter rept het verhaal niet). In de mythologie van de Keltische cultuur speelt het getal drie een grote rol. Drielingen waren vaak grondleggers van beroemde dynastieën, of drie verschillende aspecten van één en dezelfde werkelijkheid (vgl. het nationale wapen van Ierland, het klavertje-drie. Later werd dit door de christenen in verband gebracht met hun Drie-ene God).
Zijn vader had de jongen van jongs af aan aan God beloofd. Hij werd dan ook toevertrouwd aan de goede zorgen van Sint Budoc († ca 500; feest 18 november), die het leven van een kluizenaar leidde op het eilandje Lavret vlakbij Bréhat, aan de noordkust van Bretagne. Vervolgens trok Guénolé zich drie jaar terug op het eilandje Tibidy ter hoogte van Brest en vestigde zich uiteindelijk op het vasteland. Leerlingen kwamen naar hem toe om ingewijd te worden in de geheimen van het kluizenaarsleven. Zij bleven in zijn nabijheid wonen en zo ontstond het beroemde klooster Landevennec.
Uit zijn leerlingen zijn talrijke heiligen voortgekomen. We vinden een lijst zowel bij Lobineau als bij Garaby, die niet volledig met elkaar overeenkomen:
Sint Rioc . Over Sint Rioc († 6e eeuw; feest 12 februari) en Sint Guénolé is een legende bewaard gebleven.
Legende
Op een goed moment hoorde Sint Rioc, dat zijn moeder ernstig ziek was. Daarom vroeg hij aan Sint Guénolé toestemming om naar haar toe te gaan. Maar de heilige abt had in een visioen al gezien, dat zij gestorven was. Hij zei daar niets van aan zijn leerling, maar stuurde hem naar huis met wat wijwater. Nog voordat hij zijn moeder had begroet, begon de ijverige monnik meteen bij zijn thuiskomst wijwater te sprenkelen. Daarbij sprak hij de woorden:
"Moge de Heer Jezus in wiens naam mijn meester zoveel wonderen doet, u, moeder, weer gauw gezond maken." Alle aanwezigen wisten natuurlijk dat de vrouw al overleden was. Ze hadden medelijden met de heilige monnik, dat hij in onwetendheid zulke onmogelijke dingen bad. Maar tot hun verbazing ging de vrouw, van wie ze zojuist de dood hadden geconstateerd, weer rechtop in bed zitten, alsof ze wakker werd uit een diepe slaap, en ze wiste zich het zweet van het voorhoofd. Onmiddellijk vielen ze allemaal op hun knieën, en riepen uit:
"Als iemand alleen al bij het noemen van zijn naam zelfs zonder dat hij erbij is, zulke grote wonderen kan doen, dan moet hij wel bijzonder geliefd zijn bij God."
Lo1.1838p:105; DSB.1979p:314; Gby.1991p:83; zie verder aldaar
Guénolé werd opgevolgd door zijn lievelingsleerling Sint Guenaël.
Verering & Cultuur
In Bretagne vinden we zijn naam terug in plaatsjes als Locquénolé en St.-Guénolé.
De plaats Château-sur-Loir, halverwege Tours en Le Mans, heeft van oudsher een St-Guingalois-kerk; deze bezat vroeger een reliekschrijn met een een botje uit de voet van de heilige. Hieruit ontstond in de vroege middeleeuwen een collegiale kerk, gesticht door de latere bisschop van Le Mans Gervasius. Zijn ouders Hamon (ook Hamelin) en Hildeburga hadden het stuk grond ten geschenke gegeven. In de zestiger jaren van de 11e eeuw werd het een priorij, behorend bij abdij Marmoutier.
Patronaten
Afbeeldingen










© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net