Heiligen.net

Torpes van Pisa

† ca 68 · Italië: (legendarisch?) martelaar

Torpes van Pisa
1640, gravure — Antwerpen in: RR1.1640, België
Patroon van
FréjusMinnen-zonder-melkPisaSt-Tropez
Ook bekend als
Torpè, Tropez
Onder: Overweging door Torpes

Hij heeft zijn naam gegeven aan St-Tropez, de tegenwoordige mondaine badplaats aan de Rivièra. Daar wordt hij ook vanouds vereerd.

Hij was een hoge ambtenaar aan het hof van keizer Nero (54-68), toen hij tot Christus werd bekeerd door één der apostelen, hoogstwaarschijnlijk Paulus († 67; feest 29 juni), want daar raakte hij mee bevriend. Hij behoorde wellicht tot degenen over wie Paulus schrijft aan het eind van zijn brief aan de Filippenzen: 'U groeten alle heiligen, met name die uit het huis van de keizer' (Filippenzen 04,22). Daar zou Torpes dus deel van uit gemaakt kunnen hebben.

Als we echter de zogeheten levensbeschrijving van Torpes mogen geloven, verliep zijn bekering enigszins anders. De echtheid ervan wordt betwijfeld, maar de ontmoeting tussen de geloofsleerling Torpes en de priester wordt levendig beschreven. Torpes maakt deel uit van het paleispersoneel van keizer Nero (54-68) en besluit op een goed moment christen te worden. Blijkbaar heeft hij ervan gehoord, want hij heeft weet van het doopsel dat hij steeds ‘heilzaam’ noemt.

Hij ging het paleis uit met een hoofd vol vragen: “Wat moet ik doen? Zolang ik afgoden blijf dienen, kan ik het heilzame doopsel niet ontvangen.”
Hij kende een priester die diep in de bergen leefde; hij heette Antonius. In de nacht nog verliet hij de Luccaanse Poort bij het amfitheater en ging naar hem toe in  de bergen. Hij begon te roepen: “Heilige vader, priester Antonius, waar bent u? Geef antwoord.”
Daarop antwoordde Antonius vanuit zijn gebedsverblijf: “En wie mag jij dan wel zijn, mijn zoon?”
Waarop Torpes zei: “Wees zo goed, vader, om naar mij te luisteren. U hoeft niet bang te zijn. Kijk ik kus uw handen. Bid voor mij. Gisteren zei ik tegen de keizer: ‘Ik verlang ernaar Christus te aanbidden.’ Maar nu ben ik niet gedoopt, en dat maakt mij onzeker. En daarom kom ik u vragen of ik van u het heilzame doopsel mag ontvangen.”
De priester antwoordde: “Hoe weet ik of je motieven oprecht zijn?”
Torpes zei: “Als ik lieg dan ben ik toch niet waardig het heilzame doopsel te ontvangen?“
Waarop Antonius reageerde: “In naam van onze Heer Jezus Christus, ik zal je dopen. En ze daalden de berg af , want daar was levend water aan de kant van het leeuwentouw. En hij zegende het water met zijn handen en goot het als doopsel over hem uit, en hij tekende hem met het kruis van Christus met de woorden: “Ga nu van hier, mijn zoon, en moge je groeien in het vermogen om van je geloof te getuigen en ervoor te strijden met vijandig gezinde tegenstanders.”
Toen kuste hij hem ten afscheid en onder tranen zei hij: “Moge de engel van de Heer je geleiden, mijn zoon.
En Torpes zei: “Bid voor mij, vader.”

Als dit verhaal op waarheid berust, merken we meteen op dat er lang voor de Egyptische woestijnvaders uit de 3e eeuw al christenen als kluizenaar leefden.

Toen echter de stadsprefect, Satellicus, ter ore kwam, dat Torpes christen was, liet hij hem arresteren en voorgeleiden. Tijdens het verhoor diende hij hem voor het oog van alle aanwezigen vuistslagen toe. Vervolgens liet hij hem geselen met jonge twijgen en vervolgens voor de wilde beesten werpen. Maar die weigerden hem ook maar een haar te krenken. Uiteindelijk werd hij onthoofd. Zijn lijk werd in zee geworpen en zou naar de Franse kust gedreven zijn; het spoelde aan bij het plaatsje Fréjus.

Althans zo vertelt de legende. Historici menen dat deze is uitgevonden door een vrome schrijver van martelarenverhalen in de 7e eeuw. Zo zou hij in de middeleeuwen zijn weg gevonden hebben in alle martelaren- en heiligenboeken.

Verering & Cultuur

De meeste kerken waar Tropez wordt vereerd, bevinden zich in Italië en in de Zuid-Franse landstreek Provence. Relieken van hem zouden zich o.a. ook bevinden in de Portugese stad Evora.

Patronaten

Hij is patroon van de steden Pisa, Fréjus en St-Tropez. Zijn voorspraak wordt ingeroepen door minnen die geen melk meer hebben.


Bronnen

© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net