Dyfan van Brittannië
† eind 2e eeuw · Engeland · geloofsverkondiger met Fagan (ook Faganus, Ffager, Fugatius, Phagan of Phaganus)
- Ook bekend als
- Damianus, Deruvian, Deruvianus, Diruvianus, Duvanus
Beda de Eerbiedwaardige († 735; feest 25 mei) vertelt in het vierde hoofdstuk van zijn eerste boek van zijn kerkgeschiedenis:
'In het jaar 156 sinds de Menswording van Onze Heer besteeg Marcus Antoninus Verus de troon als veertiende keizer van het Romeinse Rijk sinds Augustus, tezamen met zijn broer Aurelius Commodus. Tijdens zijn regering gaf Sint Eleutherius leiding aan de Kerk van Rome. Hem zond een Britse koning, Lucius, een brief met het verzoek of hij hem christen kon maken. Natuurlijk werd aan dit vrome verzoek onmiddellijk gehoor gegeven. Zo ontvingen de Britten het christelijk geloof, en ze bewaarden het vol vrede in alle zuiverheid tot de tijd van keizer Diocletianus.'
Keizer Antoninus Pius regeerde van 138-161; hij werd opgevolgd door Marcus Aurelius (161-180); na hem kwam Aurelius Commodus Augustus (180-192). Vermoedelijk heeft Beda deze laatste op het oog; temeer, omdat hij inderdaad een tweelingbroer had.
Eleutherus was van Griekse afkomst; hij werd waarschijnlijk tot paus gekozen in 175; hij stierf op 26 mei 189.
Volgens Guérin heerste Lucius over een gebied in de omgeving van de huidige Schotse stad Glasgow. Hij zou later worden opgenomen in de heiligenkalender († ca 200; feest 3 december). Tegenwoordig gaat men ervan uit, dat zijn verhaal berust op een verwarring met koning Abgar IX van Edessa in Mesopotamië, die ook Lucius werd genoemd, en die inderdaad tegen het eind van de 2e eeuw om geloofsverkondigers vroeg.
De beide gezanten van Lucius waren Elvan en Mydwyn († eind 2e eeuw; feest 1 januari). Zij waren reeds christen.
Guérin meent, dat zij nog leerlingen waren van Jozef van Arimathea. Zoals bekend bestaat er een legende die vertelt, dat Jozef metaalhandelaar was, en dat hij zijn koopwaar haalde uit de tinmijnen van Zuid-Engeland. Nog tijdens keizer Tiberius, dus nog vóór het jaar 37, zou hij zo het evangelie reeds naar Brittannië hebben gebracht. Los van de vraag of en in hoeverre dit alles op waarheid berust, lijkt het onlogisch, dat Elvean en Mydwyn in de tweede helft van de tweede eeuw Jozef nog persoonlijk zouden hebben gekend. Hooguit ging hun geloof terug op diens verkondiging.
Volgens William van Malmsbury (die schreef in de 12e eeuw!) gaf Paus Eleutherus de twee gezanten twee geloofsverkondigers mee: Fagan en Dyfan. Hun namen suggereren, dat zij van Keltische of misschien zelfs Britse afkomst waren. Zij waren dus de aangewezen mannen om met de beide gezanten mee naar hun land van herkomst te gaan om daar het evangelie te brengen.
Beda vermeldt hun namen niet, laat staan of zij succes hadden. Daarover lezen wij wel bij Geoffrey Monmouth; ook hij schreef halverwege de 12e eeuw. Hij beweert echter dat zijn feiten teruggaan op een oud handschrift. Daarin wordt verteld, dat Fagan en Dyfan veel bekeringen maakte. Koning Lucius liet zich dopen en heel de bevolking met hem. De druïdenzetels werden omgezet in bisschopszetels en de vestigingsplaatsen van aartsdruïden werden aartsbisdommen.
Zij moeten gestorven zijn tegen het eind van de tweede eeuw. Newman geeft als jaartal 182, Guérin 198.
Beda suggereert, dat de christelijke cultuur ten onder ging tijdens de regeringsperiode van keizer Diocletianus (285-305). Toen tweehonderd jaar later Sint Patrick († 461; feest 17 maart) datzelfde gebied doorkruiste, stuitte hij op de ruïnes van de oude heiligdommetjes. In de puinhopen zou hij een exemplaar hebben aangetroffen van 'De Handelingen van de Apostelen' en een verslag van de werkzaamheden van Fagan en Dyfan, van de hand van de geleerde Mydwyn.
Dyfan heeft nog een aan hem toegewijde kerk in het Schotse Merthyr Dyfan (= Martelaar Dyfan). Deze naam suggereert, dat Dyfan als martelaar aan zijn eind gekomen is, maar dat alles berust op mondelinge overlevering; de feiten gaan verloren in de schemer van de tijd.
Bronnen
- •privé afbeeldingenverzameling (bk:Beda)
- •Acta Sanctorum quotquot toto orbe coluntur... coll. J. Bollandus' Antwerpen/Brussel/Paris 1643ff (3e druk 1863ff). (05.26:praetermissi)
- •The BENEDICTINE MONKS of St.Augustine's Abbey, Ramsgate 'The Book of Saints. A Dictionary of Servants of God canonised by the Catholic Church: extracted from the Roman & other Martyrologies' New York, MacMillan, 1942 third edition
- •The BENEDICTINE MONKS of St.Augustine's Abbey, Ramsgate 'The Book of Saints. A Dictionary of Servants of God canonized by the Catholic Church: (Sixth) Seventh Edition Entirely revised and re-set' London, Cassell, (1989) 2002. ISBN 0-8264-1616-0 (Dyfan)
- •The BENEDICTINE MONKS of St.Augustine's Abbey, Ramsgate 'The Book of Saints. A Dictionary of Servants of God canonized by the Catholic Church: (Sixth) Seventh Edition Entirely revised and re-set' London, Cassell, (1989) 2002. ISBN 0-8264-1616-0 (Fugatius)
- •Les BÉNÉDICTINS de Ramsgate 'Dix Mille Saints, Dictionnaire Hagiographique' Brepols, 1991. ISBN 2-503-50058-7
- •VINCE, John 'Discovering Saints in Britain' Princes Risborough, Shire Publications, 1990. Discovering Series 64. ISBN 0-85263-449-8
- •NEWMAN, John Henry 'Apologia pro Vita sua. Overdruk uit Apologia: eng.se HH.kal. (jr1821)
- •SMITHETT LEWIS M.A., Lionel 'Glastonbury, "The Mother of Saints" Her Saints A.D. 37-1539' Wellingborough, Thorsons, 1985. ISBN 0-902103-11-3, p. 09-12
- •GUÉRIN, Mgr. Paul 'Petits Bollandistes. Vies des Saints de l'Ancien en du Nouveau Testament, des Martyrs, des Pères, des Auteurs sacrés et ecclésiastiques des vénéables et autres personnes mortes en odeur de sainteté...' etc. Paris, Bloud & Barral, 1880 (XVII tomes et III suppléments), p. 56
- •Dries van den Akker s.j./2000.03.30
© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net