Heiligen.net

Clodoald van Saint-Cloud

† ca 560 · Nogent-sur-Seine, Frankrijk · kluizenaar

Clodoald van Saint-Cloud
< 1900, Steensculptuur — St-Germain Auxerrois, Frankrijk
Ook bekend als
Cloud
Onder: Overweging door Cloadoald

Hij moet rond 520 geboren zijn als kleinzoon van Clovis I en de heilige koningin Clotildis († 545; feest 3 juni).

Clovis had de door hem veroverde gebieden verdeeld over zijn drie zoons: Childebert die in Parijs resideerde; Chlodomir die vanuit Orléans probeerde Bourgondië te onderwerpen en bij zijn grondgebied te trekken, en Lotharius die in Soissons zetelde.

Clodoald was een zoon van Chlodomir. Zijn vader kwam om bij een onbesuisde achtervolging van zijn vijand, koning Godomar van Bourgondië. Zo lezen wij bij Gregorius van Tours in zijn ‘Geschiedenis van de Franken’[III,6] ‘Chlodomir zat namelijk zo fanatiek achter hem aan dat hij uit het zicht van zijn eigen troepen geraakte. Toen de Bourgondiërs dat in de gaten kregen, deden ze de kreet na waarmee Chlodomir zijn eigen troepen altijd liet verzamelen. Ze schreeuwden: “Hierheen, majesteit; hierheen. Wij zijn uw troepen. Hierheen!”  Chlodomir geloofde ze, zwenkte in hun richting en liep zo regelrecht zijn vijand in de armen. Ze hakten onmiddellijk zijn hoofd af, staken het op een stok en hieven het in de lucht. De Franken realiseerden zich wat er met hun koning gebeurd was, bundelden hun krachten en veroverden heel Bourgondië. Enige tijd later huwde Chlodomirs broer, Lotharius, met de weduwe van zijn broer. Zij heette Guntheuc. Na de gebruikelijke rouwtijd in acht genomen te hebben, bracht koningin Clotilde de drie jongens van Chlodomir onder in haar eigen huishouding en droeg zorg voor hun opvoeding. De oudste heette Theudowald, de tweede Gunthar en de derde Clodoald.’

Enkele hoofdstukken verderop vervolgt Gregorius deze geschiedenis [III,18]: ‘Clotilde resideerde in Parijs; zo bemerkte haar zoon Childebert dat zijn moeder wel erg gesteld was op de kinderen van zijn gesneuvelde broer Chlodomir. Dat maakte hem argwanend, want hij was bang dat de koningin de drie jongens misschien een hoge plek zou geven op de lijst van kanshebbers voor de troon. Hij zond dus een geheime boodschap naar zijn broer, koning Lotharius: “Onze moeder houdt de drie jongens van onze gestorven broer veel te dicht bij zich. Ik denk dat zij ervan droomt hen op de troon te brengen. Kom dus onmiddellijk naar Parijs. We moeten samen overleggen wat we in deze omstandigheden het beste kunnen doen. Moeten we eenvoudig hun haar afknippen en aldus terugbrengen tot de status van gewone onderdanen? Of is het niet verstandiger dat wij ze uit de weg ruimen en het koninkrijk van onze gestorven broer onder elkaar verdelen?” Lotharius was opgetogen toen dit bericht hem bereikte. Hij kwam dus naar Parijs. Childebert liet het gerucht onder de bevolking verspreiden dat hij en zijn broer, de koning, onderling beraad hielden over de vraag hoe de kroning van de jonge prinsen moest verlopen. Nadat ze uitvergaderd waren, stuurden ze een bericht naar de koningin die nog altijd in Parijs resideerde: “Stuur de prinsen naar ons toe, zodat ze de troon kunnen bestijgen.” Daar was Clotilde erg blij om, onwetend als ze was omtrent hun samenzwering. Zij gaf de jongens nog iets te eten en te drinken:  “Als jullie mijn zoon zijn opgevolgd op de troon, kan ik eindelijk vrede hebben met zijn nagedachtenis.” Nu vertrokken ze, maar onmiddellijk werden ze van hun huishouding en verzorgers gescheiden en op verschillende plekken achter slot en grendel gezet: de leden van de huishouding op de ene plek en de jonge prinsen op de andere. Vervolgens stuurden Childebert en Lotharius hun zaakgelastigde Arcadius naar de koningin met een schaar in de ene hand en een getrokken zwaard in de andere. Toen hij haar genaderd was, hield hij haar de beide voorwerpen voor met de woorden: “Mijn meesters, uw beide zoons, waarde koningin, vragen uw advies. Wat moeten ze doen met de prinsjes? Wilt u dat ze in leven blijven, maar met afgeknipte haren? Of hebt u dan liever dat ze worden gedood?” Clotilde was verbijsterd over zijn woorden en bang, vooral bij het zien van het zwaard en de schaar. Buiten zichzelf van woede en verdriet, wist ze nauwelijks wat ze in haar boosheid zei. Ze antwoordde: “Als ze dan toch niet de troon zullen bestijgen, heb ik liever dat ze gedood worden dan dat ze verder moeten afgeknipte haren.” Arcadius wenste haar radeloze toestand niet op te merken, en hij had er helemaal geen zin in te wachten op het moment dat ze weer bij zinnen zou zijn en op haar eerste opmerking zou terugkomen. Hij spoedde zich terug naar de beide koningen: “U kunt gerust uw klus afmaken,” zei hij “u hebt toestemming van de koningin. Zij heeft als haar wens uitgesproken dat u uw plannen ten uitvoer brengt.” Lotharius liet er geen gras over groeien. Hij greep de oudste jongen bij zijn pols, smeet hem op de grond, dreef zijn dolk onder zijn oksel en doodde hem aldus op de meest wrede wijze. Terwijl hij stierf, schreeuwde de jongen het uit.

De jongere jongen wierp zichzelf voor de voeten van Childebert en sloeg zijn armen rond zijn knieën: “Help! Help me, lieve oom Childebert. Ik wil niet omkomen als mijn broer hier.” Tranen rolden over Childeberts wangen: “Dierbare broer,” begon hij “ik smeek je medelijden met hem te hebben en hem aan mij over te laten. Je kunt krijgen wat je maar hebben wilt, als je hem maar niet de dood injaagt.” Lotharius schold hem luid schreeuwend uit: “Als je hem laat gaan, zal ik jou om zeep helpen in plaats van hem. Jij hebt dit hele spelletje op gang gebracht en nu wil jij uitstappen?” Toen Childebert dat hoorde, stootte hij het kind van zich af en duwde de jongen in de richting van Lotharius. Deze greep hem vast, dreef hem zijn dolk tussen de ribben en doodde hem op de zelfde manier als broer. Vervolgens brachten ze alle leden van de huishouding om het leven die met de jongens meegekomen waren plus hun verzorgers. Toen ze daar allemaal dood lagen, besteeg Lotharius zijn paard en reed weg zonder enig teken van berouw te tonen over de moord op zijn beide neefjes. Childebert glipte weg naar de achterbuurten van Parijs. Koningin Clotilde legde de beide lijken op een draagbaar, vormde een rouwstoet en liep achter ze aan naar de St-Petruskerk, luidop huilend dwars door het psalmgezang heen. Daar begroef ze ze naast elkaar. De ene was tien jaar oud, de andere zeven.

Er was nog een derde jongen, Clodoald. Hem kregen ze niet te pakken, want degenen die hem bewaakten, waren dappere lieden. Wereldse macht trok de jongen helemaal niet. Hij wijdde zichzelf toe aan God. Eigenhandig knipte hij zich de haren af. Hij werd monnik, wijdde zich toe aan goede werken en stierf als priester.

De twee koningen verdeelden Chlodomirs land onder elkaar. Koningin Clotilde dwong bij iedereen respect af vanwege de manier waarop zij dit alles droeg. Ze gaf aalmoezen aan de armen en bracht haar nachten door in waken en gebed. Zij leefde haar laatste onberispelijke jaren in kuisheid en deugd. Zij gaf schenkingen aan kerken, kloosters en andere heilige plaatsen, plus voldoende grondgebied om te kunnen bestaan. Haar schenkingen waren zo genereus en overvloedig dat ze tijdens haar leven al niet meer werd beschouwd als een koningin, maar veeleer als een dienstmaagd van God die ze met hart en ziel diende. De koninklijke waardigheid van haar zoons, de materiële goederen of aardse ambitie: niets kon haar meer van haar doel afhouden. Zij spoedde zich in alle bescheidenheid voort richting de hemelse genade.’

Tot zover Gregorius van Tours. We hebben ervoor gekozen het hele verhaal weer te geven om enig idee te krijgen van de wrede achtergrond waartegen zich de kindertijd van Clodoald afspeelt.

Hij heeft nog even geprobeerd het grondgebied van zijn vader terug te krijgen. Maar tevergeefs. Tenslotte koos hij ervoor te leven naar de uiterlijke status van zijn afgeknipte haren, en besloot het godgewijde leven van een kluizenaar te leiden. Hij gaf de bezittingen weg die zijn beide ooms hem niet hadden afgepakt en meldde zich bij Sint Severinus († 540; feest 27 november) die op dat moment een kluizenaarscel bewoonde even buiten de stadspoort van het toenmalige Parijs.

Tegenwoordig ligt het kerkje dat op zijn woonplaats gebouwd is, in hartje Parijs aan de rand van het Quartier Latin: Saint-Séverin.

Bij hem was hij enige tijd in de leer. Zat hij wellicht toch te dicht in de buurt van zijn ooms? Voelde hij zich niet veilig? Hoe dan ook, om onbekende redenen is Clodoald op een goed moment weggegaan en naar de Provence getrokken. Daar bouwde hij eigenhandig een kluizenaarswoninkje om God in de eenzaamheid te kunnen dienen. Toen hij daarmee bezig was, kwam er een arme langs die om een aalmoes vroeg. Maar Clodoald had zelf niets meer. Hij trok zijn habijt uit en gaf het de bedelaar. Toen die arme ’s nachts in dat habijt sliep, kwam er een geweldig licht vanaf. Zo kon de daad van Clodoalds naastenliefde niet verborgen blijven en de bedelaars begonnen toe te stromen. Uiteindelijk zag de heilige zich genoodzaakt weer naar een andere eenzame plaats te zoeken. Hij keerde terug naar de plek van Sint Severinus, waar hij zijn kluizenaarsleven begonnen was. Daar ontving hij uit handen van bisschop Eusebius de priesterwijding, zodat hij de mensen uit zijn omgeving de sacramenten kon toedienen. Maar wederom werd hij het middelpunt van allerhande bedelaars en pelgrims. Ieder besefte welk een bijzonder mens zij in hun midden hadden: een echte koningszoon die een leven leidde van eenvoud en nederigheid!

Tenslotte trok Clodoald zich terug op een heuvel aan de Seine ten westen van Parijs. Het heette daar Novigentum (Nogent). Later zou het naar hem genoemd worden: St-Cloud. Hij stichtte er een kerk en een klooster.

Verering & Cultuur

Na zijn dood werd hij begraven in zijn eigen kloosterkerk. Ook toen hield de toeloop van pelgrims en bidders niet op. Integendeel. Er gebeurden herhaaldelijk wonderen op zijn graf wat de aantrekkingskracht nog verhoogde.

Hij is patroon van St-Cloud; van spijkerfabrikanten (het Franse woord `clou' betekent spijker). Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen steenpuisten.


Afbeeldingen

ca 1900, wandschildering — Parijs

Bronnen

© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net