Wendelin van Trier
† ca 617 · Duitsland · herder, kluizenaar & abt

- Ook bekend als
- Wendel
Alwat we van hem weten is dat hij een kluizenaar was, die leefde ten tijde van bisschop Magnerik van Trier († 596; feest 27 juli). Hij gold als patroon van vee en veld. De plaats waar hij begraven lag, heette aanvankelijk Saarpalts, maar omdat zijn graf een belangrijk pelgrimsoord werd, veranderde de naam gedurende de middeleeuwen in Sankt-Wendel. In de officiële historische stukken is er voor het eerst sprake van zijn heiligdom in 1180.
Omdat er geen gegevens over hem voorhanden waren, schreef men in de middeleeuwen een levensbeschrijving, die puur op legendarische gegevens berust. Dit verhaal vertelt dus niet zozeer het leven van Sint Wendelinus, maar veeleer hoe de middeleeuwer van die tijd zich het leven van een heilige kluizenaar uit vroeger tijden voorstelde.
Legendarische levensbeschrijving
Volgens zeggen was Wendelin een Schotse of Ierse prins. Uit liefde voor Christus gaf hij al zijn bezittingen, zijn grondgebied en zijn recht op troonopvolging op en trok als straatarme pelgrim naar Rome.
In Rome ontving hij de zegen van de paus. Hij bracht een bezoek aan de graven van de apostelen en begaf zich naar het noorden. In de omgeving van Trier bouwde hij zich een hutje ('kluis' of 'cel') en leefde er het teruggetrokken leven van een kluizenaar. Om aan eten te komen ging hij uit bedelen. Maar toen een edelman daar een aanmerking op maakte, besloot hij zich te verhuren als varkenshoeder. Later werden hem ook de schapen en runderen toevertrouwd.
Uit deze periode van zijn leven is een lieflijke legende overgeleverd, die zich overigens afspeelt aan de Main:
Sint Wendelinus zit aan de rand van een veld met de herdersstaf tussen zijn knieën en kijkt in alle rust van de hoogte naar beneden waar de Main stroomt. Hij ziet hoe vlotten op het water drijven en vogels door de lucht vliegen. Land en hemel omgeven hem als een mantel; de zon glanst eraan als een gouden knoop. Als een os in de kudde loeit, kijkt hij even op naar het dier.
Vanuit Bamberg komt een vorstelijke stoet over de weg aangereden met ridders en elegante edelvrouwen. De bisschop trekt de teugels aan van zijn ros en verheft zich in zijn stijgbeugels: "Broeder Wendelinus, kom mee. In mijn huis is plaats genoeg. Je bent al veel te lang ossenherder geweest. Het wordt tijd dat je zielenherder wordt in mijn goede bisdom. Morgen kun je al je eerste mis opdragen."
Wendelinus staat op en neemt zijn gedeukte hoed af: "Dat is veel te veel eer voor een eenvoudig man als ik, genadige Heer. Ik dank u hartelijk, maar met uw welnemen, neemt u mij niet kwalijk dat ik deze uitnodiging niet aanneem. Ik blijf liever bij mijn ossen."
Nu vertrekt het gezicht van de bisschop in toorn: "Is koeien hoeden soms belangrijker dan de genade van het priesterschap?" Sint Wendelinus glimlacht fijntjes en zegt: "In alle eerlijkheid, Heer, het zou werkelijk jammer wezen. Ik kan nu eenmaal niet huichelen en me anders voordoen dan ik ben. Ik hoor op weidegrond, bij koeien en boeren. Hier bij mijn ossen voel ik God dichterbij dan in uw schitterende gebouwen. Ik bid u, heer bisschop, laat mij toch hier rustig in mijn stilte. Dat is de wil van God... en van mijn ossen."
De stoet gaat voort. Vonken springen vanaf de weg in het rond. En Sint Wendelinus is weer opgenomen temidden van de zon, de wolken en de ruisende velden.
Als boeren uit de buurt met hun zieke beesten bij hem komen, weet hij altijd raad. Hij staat dan ook tijdens zijn leven bekend als een heilige. Later is hij abt van klooster Tholey. Het is niet duidelijk of Tholey ontstond uit zijn kluizenarij, of dat hij zijn kluizenarij verliet om in Tholey abt te worden. Zoals van vele andere heiligen wordt verteld, werd hij begraven op de plaats waar de ossen die de kar met zijn lijk trokken, bleven stilstaan: die plaats heette op dat moment Saarpalts; sindsdien noemde men het daar Sankt Wendel. Zo heet het tot op de huidige dag.
Verering & Cultuur
Hij is patroon van de boeren; zijn hulp wordt ingeroepen voor veld en vee.
Hij wordt afgebeeld als herder, met herdersstaf en tas, omringd door lammeren, runderen en varkens. Soms zit hij in zijn kluizenaarshut.
In vroeger tijden was in Breda een kerk aan hem gewijd.
Afbeeldingen



Bronnen
- •ASSMANN, Dieter 'Hl. Florian, bitte für uns Heilige und Selige in Oesterreich und Südtirol mit 16 Farbbildern und 27 Textbildern' Innsbruck/Wien/München, Tyrolia Verlag, 1977. ISBN 3-7022-1272-8, p. 39
- •BRIEMLE, Theodosius, P. 'Unsere Heiligen. Namensdeutung und Lebensnotizen von 2600 Heiligen' Stuttgart, Schwabenverlag, 1953
- •BRöGER, Karl 'Die Vierzehn Nothelfer. Ein Buch Legenden' Berlin-Zehlendorf, Verlag Fritz Heyder, z.j.
- •RYAN D'ARCY, Mary 'The Siants of Ireland' Minnesota, Irish American Cultural Institue, 1985. ISBN 0-85342-733-X
- •LINDEN, Stijn van der, De Heiligen. Amsterdam/Antwerpen, Contact, 1999. ISBN 90-2541-141-x
- •'Comme on connaît ses saints, on les honore... Images de Saints vénérés en Lorraine' Sarrebourg, Association des Conservateurs des Collections publiques de France - Section fédérée de Lorraine, 1993. ISBN 2-9508077-0-4, p. 205
- •SCHAUBER, Vera & SCHINDLER, Hanns Michael 'Heilige und Namenspatrone im Jahreslauf' Augsburg, Pattloch, 1992.ISBN 3-629-00068-1, p. 566
- •TORSY, Jakob 'Der Grosse Namenstagskalender. 3720 Namen und 1560 Lebensbeschreibungen unserer Heiligen' Freiburg/Basel/Wien, Herder, 1987. ISBN 3-451-20333-2
- •VERHOEVEN, Jan, o.s.b. obl. 'Middeleeuwsche Nederlandsche Kloosters' Amsterdam, Allart de Lange, 1947. Heemschutserie 51, p. 70
- •WAACH, Hildegard 'Jede Zeit hat ihre Heiligen' Wien/München, Herold, 1985. ISBN 3-7008-0313-3, p. 53
- •WEITERSHAUS, Friedrich Wilhelm 'Christliche Taufnamen' Aschaffenburg, Pattloch, 1986. ISBN 3-557-91335-X
- •Dries van den Akker s.j./2007.10.14
© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net