Maeoc van Bretagne
† ca 600 · Frankrijk · (bisschop? en) kluizenaar

- Ook bekend als
- Maec, Maeheuc, Mahouc, Mahuc, Maoc, Mayec, Mayeuc, Mayeux, Mea, Meac, Meauc, Meheuc, Meoc, Mic, Miec, Mieu, Mieux, Mioc, Miocus, Miog, Miuc, Nic, Ta vayoc, Tamec, Thamec, To-maioc
Feest 2 november
Lobineau en Garaby maken melding van een Sint Mieu, die het leven van een kluizenaar zou hebben geleid in het naar hem genoemde plaatsje Coët-Mieu (= 'Sint-Mieubos'). Uit zijn kloostervestiging zou het plaatsje zijn gegroeid. De parochie lag weliswaar op het grondgebied van het bisdom St-Brieuc, maar behoorde tot het bisdom Dol. Toen men in de 17e eeuw het hoofdaltaar afbrak, stuitte men op een kist, waarop geschreven stond: 'Reliqiae sancti Mioci' (= 'relieken van Sint Mioc'). De toenmalige bisschop van Dol en de plaatselijke pastoor brachten de relieken over naar een meer passende plaats.
Hij wordt genoemd als een van de twaalf leeringen van Sint Guirec (ook Kireg: † 547; feest 17 februari) en als een leerling van Sint Méen († 617; feest 21 juni). Hij zou ook dezelfde zijn als Sint Maoc, de leerling van Sint Samson († 565; feest 28 juli). De naam van deze Maoc duikt op in het leven van Sint Thuriau († vóór 750; feest 13 juli). Daar wordt verteld hoe ene heer Riwallon het door Sint Maeoc gestichte, maar opdat moment verlaten klooster te Tréméheuc, dat op zijn grondgebied lag, in bezit wilde nemen. Omdat de poorten van het klooster hermetisch afgesloten bleken, had de heer uit machteloze woede het klooster met de grond gelijk gemaakt. Bisschop Thuriau had hem daarover zo ernstig onderhouden, dat hij beloofde de schade zevenvoudig te vergoeden. Tréméheuc zou naar hem zijn genoemd: 'woonplaats van Sint Meheuc'.
Maeoc staat ook te boek als stichter van klooster Lanmeur (= 'groot klooster').
Klaarblijkelijk heeft Maeoc zich op latere leeftijd in de eenzaamheid van het later naar hem genoemd bos Coëtmieux teruggetrokken. Een andere traditie wil dat hij in zijn klooster is gestorven, maar dat zijn lijk weigerde begraven te worden in het klooster, en dat het pas rust vond in Coëtmieux.
Verering & Cultuur
Hij zou ook patroonheilige zijn van Pludual en Plouzelambre.
Lobineau maakt nog melding van een Sint Mayec of Mayeuc die als patroonheilige wordt vereerd in een niet nader genoemde parochie.
Bronnen
- •'Dictionnaire des Saints Bretons' Paris, Tchou, 1979. ISBN 2-7107-0186-3, p. 251 (Maeoc.271»Mieu.281»Nic.337»Tamec)
- •GARABY, de, M.Vie des Bienheureux et des Saints de Bretagne, pour tous les jours de l'année, Nantes, Williamson, 1991 (réimpr. de 1839)., p. 279-280
- •LOBINEAU, Guy-Alexis, Dom. 'Les Vies des Saints de Bretagne et des Personnes d'une éminente piété. Cinq tomes' Paris, Méquignon Junior, 1837, p. 257
- •PRACHE, Denys 'Saints et Saintes de France' Rennes, Hatier, 1988. ISBN 2.88003.088.9
- •PRIZIAC, Michel 'Bretagne des Saints et des croyances' Grâces-Guingamp, Kidour, 2002. ISBN2-9509233-3-X
- •Dries van den Akker s.j./2007.10.22
© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net