Felix van Valois
† 1212 · Meaux, Frankrijk · stichter

Felix stamde uit het Franse koninklijke geslacht van de Valois, en werd op 11 april 1127 geboren op het familieslot te Amiens, Noord-Frankrijk. Bij de doop kreeg hij de naam Hugo. Toen hij drie jaar was, bracht zijn moeder hem naar Sint Bernardus in Clairvaux met het verzoek het kind aan God op te dragen. Terug thuis gaf zijn moeder hem een diep-gelovige opvoeding, en toonde de jongen vooral dat hij royaal aalmoezen moest geven aan de armen. Ook de broer van zijn moeder, oom Thibaud, gaf de jongen grote sommen geld om onder de armen uit te delen. De jongen begon er ook steeds vrijmoediger om te vragen. Zodat oom Thibaud tenslotte opmerkte dat zijn neef hem arm maakte om de armen rijk te maken. Gaandeweg groeide in Hugo het verlangen zich als kluizenaar terug te trekken. Dat verlangen werd versterkt doordat zijn vader zijn moeder verstootte ten gunste van een andere adellijke dame.
Hij wendde zich tot Sint Bernardus en die bevestigde hem in zijn verlangen. Terug bij zijn oom gaf hij te kennen dat hij ene pelgrimstocht naar de apostelgraven in Rome wilde maken. Hij kreeg toestemming en oom Thibaud gaf hem een gevolg aan dienaren mee. Maar eenmaal in de Alpen hoorde Hugo dat er ergens een kluizenaar zat, ver weg in de eenzaamheid. Hij onttrok zich aan de aandacht van zijn gevolg, en ging op zoek. Zijn reisgezellen deden een aantal dagen vruchteloze pogingen hem terug te vinden. Tenslotte gaven ze het op: hij zou wel in een of ander ravijn gevallen zijn. Onverrichterzake keerden ze naar huis terug.
Intussen had Hugo de hoogbejaarde kluizenaar gevonden, vroeg toestemming om hem gezelschap te mogen houden en veranderde zijn naam in Felix. De kluizenaar stierf na enkele jaren in Felix’ armen. Omdat hij volkomen van uiterlijk veranderd was, en een andere naam droeg, ging hij ervan uit dat hij niet herkend zou worden. Hij vestigde zich als kluizenaar in de buurt van Meaux, ten oosten van Parijs.
Hij moet dan al behoorlijk oud geweest zijn, want op een goed moment meldde zich Johannes van Matha († 1213; feest 17 december) bij hem aan met de vraag of hij zijn leerling mocht worden. En dat terwijl hij zojuist aan de universiteit doctor in de theologie geworden was. Johannes was geboren rond het jaar 1260; we bevinden ons dus reeds in de buurt van het jaar 1280. Felix moet al de vijftig gepasseerd zijn.
Na enige tijd bekende Johannes dat hij met het ideaal rondliep om christenen die in de mohammedaanse gevangenschap terecht gekomen waren, te gaan bevrijden. Felix was enthousiast en ze vatten het plan op er een eigen religieuze bedelorde voor te beginnen. Het geld dat ze bijeen zouden brengen, zouden ze besteden aan de vrijkoop van christenen uit de handen van Moslims. Volgens de overlevering zouden ze hierin bevestigd zijn doordat hun een hert verscheen met een kruis in het gewei; het kruis vertoonde een blauwe balk en rode stam. Dat zou het logo worden van hun nieuwe kloosterorde. Zo trokken ze naar Rome om goedkeuring van de paus te verkrijgen. Die werd hun verleend; hij maakte Johannes tot eerste algemeen overste en noemde hen Trinitariërs tot Vrijkoop van Slaven: 1198.
Daarop keerden zij naar Frankrijk terug en vonden in koning Philippe Auguste een gulle weldoener. Ze openden het eerste huis van hun orde in Cerfroid, niet ver van Meaux; Felix werd de eerste overste. Toen ze voldoende geld bijeen gegaard hadden, reisde Johannes via Rome naar Tunis om daar zoveel mogelijk slaven vrij te kopen. Die nam hij overal mee naar toe om medelijden op te wekken bij rijken en zo weer geld los te krijgen voor nieuwe gevangenen.
In 1210 maakte hij een tweede reis, maar nu ondervond hij meer tegenstand. De mohammedanen hakten het stuurrad en de mast aan stukken. Toch waagde Johannes het erop de overtocht te maken en inderdaad meerde hij na enkele dagen behouden aan in de haven van Ostia. Intussen waren beide mannen oud geworden. Felix stierf op 4 november 1212, vijfentachtig jaar oud; Johannes een jaar later, op 17 december.
Verering & Cultuur
Wat daarvan zij, na de kalenderhervorming van het Tweede Vaticaans Concilie werd hij teruggebracht tot de status van plaatselijke heilige en werd zijn nagedachtenis alsnog geplaatst op 4 november.
Afbeeldingen



Bronnen
- •'Columnae Militantis Ecclesiae sive Sancti, et Illustres Viri, Eremitae Primi, Anachoretae, Ordinum Regularium Institutores, Propagatores, Reformatores, Aeneis Figuris Excusi, Elogiis Dilaudati. Cum Permissu Superiorum' Civis Norimbergensis, Viduae Christophori Weigelii, 1725, p. 36
- •ENGLEBERT, Omer 'La Fleur des Saints. 1910 prénoms et leur histoire' Paris, Albin Michel, 1984. ISBN 2-226-00906-X, p. 378
- •GUÉRIN, Mgr. Paul 'Petits Bollandistes. Vies des Saints de l'Ancien en du Nouveau Testament, des Martyrs, des Pères, des Auteurs sacrés et ecclésiastiques des vénéables et autres personnes mortes en odeur de sainteté...' etc. Paris, Bloud & Barral, 1880 (XVII tomes et III suppléments)
- •MüLLER, Adalbert 'Allgemeines Martyrologium oder vollständiger Heiligenkalender der katholischen Kirche usw' Regensburg, Joseph Manz, 1860
- •SCHAUBER, Vera & SCHINDLER, Hanns Michael; 'Die Heiligen im Jahreslauf. Mit über 600 Fotos und Abbildungen' Augsburg, Pattloch, 1989. ISBN 3.629.00524.1
- •Dries van den Akker s.j./2015.11.20
© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net