Honora van Brest
† 552? · Bretagne, Frankrijk & Aberfraw, Ierland · gravin en dulderes

- Ook bekend als
- Aliénor, Azénor, Élénor, Honore, Honorée
Honora werd in 519 geboren als dochter van graaf Even van Lesneven in Bretagne. Zij groeide op in het gebied van Languengar. Zij kreeg een zorgvuldige opvoeding en in haar begon het verlangen te ontwaken om zich geheel aan God te geven en maagd te blijven. Maar haar familie had andere plannen. Omdat zij zo knap was, zwermden allerlei hooggeplaatste kandidaten om haar heen. Zij liet zich tenslotte door haar vader en moeder overhalen tot een huwelijk. Haar keuze viel op de oudste zoon van de graaf van Goëlo en Tréguier.
Na een sprookjeshuwelijk vestigden zij zich in het kasteel te Châtelaudren. De twee hielden zielsveel van elkaar en niets leek meer een lang en gelukkig leven in de weg te staan.
De eerste pijn kwam, toen Honora's moeder overleed. De twee gingen naar haar vader om hem bij te staan tijdens en na de begrafenis. Spoedig kreeg hij kennis aan een nieuwe vrouw. Dat was het tweede ongeluk. Want deze vrouw had gezien hoe haar stiefdochter met haar man op haar bruiloft de meeste aandacht hadden gekregen. In haar jaloezie schreef zij een brief aan Honora's echtgenoot dat zij over onomstotelijke bewijzen beschikte dat zijn vrouw hem bedroog. Zij wist er zelfs getuigen bij te halen. Haar man bestookte ze met hetzelfde gif. En het deed zijn werk. Er ontstond een circuit van roddel en verdachtmaking en tenslotte eiste Honora's echtgenoot genoegdoening van zijn vrouw. Verbijsterd hield zij vol dat zij onschuldig was, maar hij geloofde haar niet en liet haar opsluiten in één van de torens van het kasteel. Hij liet aan haar vader weten aan hem de definitieve terechtstelling van zijn dochter over te laten. Als hij daartoe niet genegen was, dan zou dat oorlog betekenen. Hij liet zijn voormalige geliefde in een kar gooien en, overladen met schande voor de ogen van iedere voorbijganger, naar huis rijden. De één had medelijden met haar, omdat hij niet aan haar schuld geloofde, een ander schudde het hoofd dat achter zulke pracht en praal zoveel lelijks schuil kon gaan. Zij verloor haar waardigheid niet en toonde zich onverschrokken.
Op zijn beurt liet haar vader haar opsluiten in de kerkers van een toren, vanwaar zij kon uitzien over de haven van Brest. Tot op de dag van vandaag staat die toren bekend als 'La Tour d'Azénor'. Haar echtgenoot drong nog eens aan op spoedige afhandeling en genoegdoening, zodat haar vader zich genoodzaakt zag het vonnis over haar te voltrekken. Intussen liet zij weten al vier maanden in verwachting te zijn. Haar tegenstanders vermoedden een valstrik om de zaak op de lange baan te schuiven en eisten een onderzoek door vroedvrouwen. Dezen bevestigden dat zij in verwachting was. De wet verbood het een aanstaande moeder te doden. Maar haar vroegere echtgenoot bleef aandringen en dreigen.
Uiteindelijk besloot haar vader haar in een ton te laten opsluiten en op zee te dumpen. Zo gebeurde. Ze werd in haar ton op een boot gebracht en zo'n tien mijl buitengaats overboord gezet. Haar echtgenoot had zijn zin.
In deze benarde situatie, waarin niemand op de wereld nog om haar gaf, beval zij zichzelf en haar kind aan aan de zorgen van God zelf. Die moest toch weten dat zij onschuldig was. Zo gebeurde het dat zij midden op zee haar kind baarde. Na geruime tijd op zee rondgezwalkt te hebben in haar ton, spoelde zij op de zuidkust van Ierland aan, in een zeearm die Aberfraw heette (= 'Mooie Haven') niet ver van klooster Youghall. Een dorpeling uit de buurt zag het geval naar het strand drijven en kwam meteen aanrennen in de hoop dat de zee hem een rijke buit geschonken had. Groot was zijn verbazing, toen hij een zwakke menselijke stem uit die ton om hulp hoorde roepen. Hij ging vader abt halen en deze nam moeder en zoon liefdevol op. Het kind werd niet lang daarna gedoopt en kreeg de naam Budoc of Buzeuc (= 'Uit het water gered', net als Mozes! † ca 600; feest 9 december).
De vrouwe verhuurde zich als dienstmeid aan het klooster om in het zweet van haar aanschijn haar brood te verdienen. Zo verstreken een aantal jaren.
Intussen had haar man spijt en wroeging gekregen. Hij besefte hoeveel hij van haar hield en hoe hij haar miste. Dit alles werd nog verergerd, toen de stiefmoeder van zijn vrouw stierf en op haar sterfbed bekende puur uit jaloezie gehandeld te hebben; er was niets waar geweest van al haar beschuldigingen.
Nu ging de graaf van Goëlo en Tréguier op zoek naar zijn vrouw. Hij reisde alle kusten af, in de hoop dat zij ergens was aangespoeld. Als hij maar alleen haar graf kon vinden. Zo kwam hij tenslotte ook in het Zuid-Ierse Aberfraw en hoorde daar dat zijn vrouw nog leefde. Groot was zijn vreugde en schaamte tegelijk. Maar zij nam hem liefdevol op. Kort daarna werd hij getroffen door een ernstige ziekte. Zij gaf al haar zorg en aandacht aan hem, tot hij in haar armen overleed. Hij werd op het terrein van het klooster begraven. Dat was in het jaar 543.
Nu kon Honora zich toch nog wijden aan haar meisjesdroom: een leven dat geheel en al was toegewijd aan God. Zij stierf tenslotte in 552 en werd naast haar man begraven. Sommigen echter beweren dat zij tenslotte naar haar geboortegrond is teruggekeerd en gestorven is in een klooster in de Bretonse streek Cornouaille.
Haar zoon zou later op zijn beurt een indrukwekkend heilige worden.
Zij was patrones van het kerkje te Languengar tot het in 1832 instortte en werd afgebroken.
Afbeeldingen





Bronnen
- •LE BERRE, Marthe 'La Jeunesse Bretonne sur le Pas de ses Saints' Rennes, Francis Simon, 1936, p. 143
- •GARABY, de, M.Vie des Bienheureux et des Saints de Bretagne, pour tous les jours de l'année, Nantes, Williamson, 1991 (réimpr. de 1839)., p. 328
- •'Dictionnaire des Saints Bretons' Paris, Tchou, 1979. ISBN 2-7107-0186-3
- •Dries van den Akker s.j./2007.11.24
© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net