Elisabeth Rose van Chelles
† 1130 · osb, Rozoy, Frankrijk · stichteres & abdis

Over haar afkomst bestaat geen zekerheid, maar men vermoedt dat zij afkomstig was uit het bisdom Troyes. Waarschijnlijk was zij een zus van hertog Simon. Dan was haar vader Radulf van Crépy en haar moeder hertogin Adèle van Bar-sur-Aube. Deze Radulf had twee dochters. De naam van de een luidde Adèle. Van de ander is de naam onbekend. Het vermoeden bestaat dus, dat onze Ellisabeth-Rose die andere dochter was.
Aanvankelijk trad ze in bij de benedictinessen van Chelles bij Parijs. Omwille van haar deed haar neef Rodolf van Vermandois rijke schenkingen aan het klooster. Toch bleef zij er niet lang. Ze vroeg aan haar abdis toestemming om zich met twee andere zusters als kluizenares te mogen terugtrekken in de eenzaamheid. Omdat zij zulke deugdzame zusters niet graag wilde missen, gaf moeder abdis slechts met tegenzin haar toestemming.
Nu trokken de drie vrouwen naar Château-Landon (zo'n 50 km ten zuiden van Fontainebleau). Vlak daarbij bouwden zij hun hutjes. Maar het landschap was onherbergzaam en de uitgestrekte moerassen zorgden ervoor, dat er bijna niets groeide. Het was er nauwelijks te harden, ook al hadden ze nog zo weinig nodig. Vandaar dat de twee anderen tenslotte terugkeerden naar Chelles.
Nu was Elisabeth alleen; ze vond beschutting in een holle eikenboom, voedde zich met wortels en wilde bessen en verdroeg de bespottingen van herders en dorpelingen uit de omgeving. Stilaan sloeg de bespotting om in waardering en steeds meer mensen kwamen bij haar langs om raad, gebed of troost.
Vanuit Chelles kwamen twee andere zusters bij haar wonen: Constantia en haar zus Acvis. Het zou het begin worden van klooster Sainte-Marie-du-Rozoy bij Courtenay in de Loiret. Bij de bouw werden de vrouwen geholpen door mensen uit de omgeving. Na voltooiing wijdden ze het toe aan de Heilige Maagd. Elisabeth-Rose werd er de eerste abdis.
Talrijke meisjes kwamen zich bij haar voegen en onder haar leiding kwam het klooster steeds meer tot bloei. Ze stierf op 13 december 1130. Toen enkele jaren nadien haar lichaam werd opgegraven, bleek het nog volkomen gaaf te zijn.
Tijdens de Engels-Franse oorlog is het klooster volkomen verwoest. De zusters trokken zich terug te Villechausson in de landstreek Gâtinois. Daar stichtten ze een nieuw klooster. Om hun heilige stichteres in ere te houden gaven ze haar sindsdien de eretitel ‘Roos van Villechausson’.
Bronnen
- •The BENEDICTINE MONKS of St.Augustine's Abbey, Ramsgate 'The Book of Saints. A Dictionary of Servants of God canonized by the Catholic Church: (Sixth) Seventh Edition Entirely revised and re-set' London, Cassell, (1989) 2002. ISBN 0-8264-1616-0
- •Les BÉNÉDICTINS de Ramsgate 'Dix Mille Saints, Dictionnaire Hagiographique' Brepols, 1991. ISBN 2-503-50058-7
- •MüLLER, Adalbert 'Allgemeines Martyrologium oder vollständiger Heiligenkalender der katholischen Kirche usw' Regensburg, Joseph Manz, 1860
- •PRACHE, Denys 'Saints et Saintes de France' Rennes, Hatier, 1988. ISBN 2.88003.088.9
- •GUÉRIN, Mgr. Paul 'Petits Bollandistes. Vies des Saints de l'Ancien en du Nouveau Testament, des Martyrs, des Pères, des Auteurs sacrés et ecclésiastiques des vénéables et autres personnes mortes en odeur de sainteté...' etc. Paris, Bloud & Barral, 1880 (XVII tomes et III suppléments), p. 283
- •Dries van den Akker s.j./1999.12.10
© A. van den Akker s.j. / A.W. Gerritsen — overgenomen van heiligen.net