Woordenboek
Dienaar Gods ... Eerbiedwaardige ... Zalig ... Heilig
Een heilige is een gelovige die in leven en sterven op Christus gelijkt. Bij een heilige is het alsof de tijden van Jezus zelf herleven.
Voordat een overledene officieel door de paus heilig verklaard wordt, vindt een opeenvolging van onderzoekingen plaats. Aan elk stadium van onderzoek beantwoordt een 'rang' van kerkelijke erkenning. Er zijn vier stadia.
1 Wanneer een overleden gelovige geruime tijd na zijn of haar dood nog steeds verering geniet, kan er een officieel verzoek tot kerkelijke erkenning uitgaan naar de plaatselijke bisschop. Na een eerste vluchtige beschouwing wordt de overledene op een lijst geplaatst en aangeduid met - Dienaar Gods -.
2 Na onderzoek van levenswijze, teksten en wonderen van de 'Dienaar Gods' gaat er bericht naar de Heilige Stoel in Rome.
Wanneer daar de kwaliteit van het bisschoppelijk onderzoek wordt bevestigd is de vereerde opgeklommen tot- Eerbiedwaardige -.
3 Nu worden vooral de wonderen onderzocht die aan de voorspraak van de Eerbiedwaardige in de hemel worden toegeschreven. Wanneer de paus deze erkent wordt de vereerde persoon - Zalig - verklaard.
In feite houdt dit in dat de plaatselijke verering door de paus wordt goedgekeurd en erkend.
4 De zalige wordt - Heilig - wanneer de paus officieel de verering voor de hele wereldkerk goedkeurt en aanbeveelt.
In de eerste tien eeuwen van de kerkgeschiedenis was er eigenlijk geen sprake van een heiligverklaring (zie verderop). Het waren de gewone gelovigen die een overledene begonnen te vereren. Zij bezochten zijn of haar graf en namen er stof, stenen of hout van mee naar huis. Mocht dat niet lukken, dan probeerden ze tenminste heilige overblijfselen (relieken of relikwieën) aan te raken in de hoop dat de geestkracht waarvan de overledene bij diens leven had getuigd, daarin nog altijd aanwezig was. Ze zetten dit alles kracht bij door de heilige te vragen om diens voorspraak: of hij of zij bij God in de hemel het gebed van de gelovige op aarde wilde ondersteunen. Talloos zijn de berichten uit die eerste eeuwen over wonderbaarlijke genezingen en gebedsverhoringen.
Daardoor nam de toeloop van pelgrims en bedevaartgangers toe. Dat deed de plaatselijke bisschop besluiten de relieken van de heilige- zoals dat officieel heette - te verheffen tot de eer der altaren: ze werden ter verering op een altaar in de kerk geplaatst. Daarmee was de heiligverklaring een feit.
Het is begrijpelijk dat iedere stad of streek graag zo'n heilige in haar midden wilde hebben. Het bracht niet alleen een geestelijke, maar ook een economische impuls met zich mee. Kerken, kapellen of kloosters die zich niet konden beroemen op relieken van heiligen, gingen ze in het beste geval elders kopen, in het slechtste geval zelfs stelen! Dat bracht zoveel misbruik met zich mee dat de toenmalige paus, Johannes XV († 996), in 993 het alleenrecht naar zich toe trok om iemand - na zorgvuldig onderzoek - officieel heilig te verklaren. Zo is Sint Ulrich van Augsburg († 973) de eerste, die in 993 officieel door de paus werd heilig verklaard.
Een heilige is iemand die sterk aan Jezus doet denken; hij of zij is een 'andere Christus' (= 'alter Christus').