Heiligen.net

Woordenboek

sint-juttemis

sint-jut(te)mis naam van een verzonnen heiligedag, in de zegswijze met sint-juttemis (als de kalveren op het ijs dansen), dat wil zeggen nooit, te gener tijd; iets tot sint-juttemis uitstellen, het voor altijd uitstellen, nooit doen.
[Van Dale, 11e druk 1984]

Wat betreft de herkomst van deze uitdrukking stond de meest geloofwaardige verklaring jaren geleden (begin 1991) in het Dagblad Trouw, rubriek 'Genootschap ter Bevordering van Nutteloze Kennis':

Een Brabantse meneer verwees naar jutteperen, wat een verbastering zou zijn van jodenperen.
Dan zou dus juttemis een verbastering zijn van jodenmis.
Dat komt perfect overeen met de betekenis van juttemis want joden zullen natuurlijk nooit een mis vieren!

In deze verklaring heeft sint-juttemis dus niets met een bestaande heilige te maken, maar verwijst naar het ondenkbare geval dat er een sint, een heilige, jood zou zijn wiens dag dan zou beginnen met een mis.

Er blijft slechts één Judith over die zowel niet lokaal is als in aanmerking komt voor een koppeling aan de zegswijze 'als de kalveren op het ijs dansen':
de Judith uit het gelijknamige bijbelboek; haar feest stond op 7 september* !

Sommige kunnen zich dat niet voorstellen:
"Judith, de verleidster van Holofernes de hoofdpersoon uit het apocriefe Bijbelboek?
Maar dat was allerminst een fatsoenlijke vrouw en dus niet in termen van heiligheid vallend."

Het bezwaar dat het hier een onfatsoenlijke vrouw betreft, steunt op moderne bijbeluitleg. De middeleeuwse gelovige redeneerde heel anders. Daar steunde de schriftuitleg op kerkvaders als Origenes en Augustinus. Zij lazen het Oude Testament vanuit de vooronderstelling dat Christus er in het verborgene al in aanwezig moest zijn. Wanneer de letterlijke betekenis van de tekst hun daarbij voor onoplosbare problemen plaatste, gingen ze graven naar de geestelijke betekenis. Zo worden bv. de veroveringsoorlogen van Josua uitgelegd als voorafbeelding van Christus' strijd tegen de satan. Op die manier kon je Josua ook opnemen in de liturgische kalender; ook Adam en Eva kwamen erop voor.

Op grond van de gekozen datum vermoed ik, dat de middeleeuwer in de Judith van het gelijknamige bijbelboek (in de middeleeuwse kerk kende men het onderscheid tussen Apokrief en Kanonisch nog niet) niet zozeer een voorafbeelding van Christus zag, maar van Maria. Van haar wordt immers in Genesis 3 aangekondigd, dat zij in de toekomst de kop van de slang zou verpletteren! Juist zoals het feest van Adam en Eva in de liturgische kalender op de vooravond van Christus' geboorte was geplaatst: 24 december; zo is wellicht het feest van Judith op de vooravond van Maria's geboorte geplaatst: 7 september. Eerlijkheidshalve moet ik hierbij opmerken dat dit slechts mijn persoonlijke vermoedens zijn.

* Ik heb in mijn verzameling maar één boek gevonden waar de bijbelse Judith in de liturgische kalender voorkomt: Theodosius Briemle 'Unsere Heiligen; Namensdeutung und Lebensnotizen von 2600 Heiligen', Stuttgart 1953 p.86. Of het feest in de kerk gevierd werd, weet ik niet.